e-Nieuwsbrief 10 september 2010

Printer-friendly versionSend to friend

Beste bezoeker,

Hieronder vindt u de e-Nieuwsbrief van het Sagalassos-project. Hierin komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Het Antonijns Nymphaeum terug in werking gesteld
  • Oudste ‘Romeinse’ Thermen in Klein-Azië ontdekt
  • Stand van zaken Jaarboek 2009
  • Vrienden van Sagalassos
  • Turks weekend in kasteel Tudor in Sint-Andries Brugge
  • Aankondiging data Sagalassos lezingen 2010

1. Het Antonijns Nymphaeum terug in werking gesteld

Het vijfentwintigste jaar onderzoek van de K.U.Leuven o.l.v. Prof. Marc Waelkens in Sagalassos (ZW Turkije), tevens het eenentwintigste jaar van de opgravingen aldaar werd in menig opzicht een echte voltreffer. Na drie jaar opgravingen (1993-1996) en dertien jaar van anastylose (heropbouw van een antiek monument met minstens 80% van de originele bouwelementen) in de jaren 1998-2010, gefinancierd door talrijke Vlaamse, Belgische en sinds vijf jaar ook Turkse families, banken en bedrijven, kon het grote Antonijns Nymphaeum op de Bovenste Agora van de stad, op zaterdag 28 augustus opnieuw in werking worden gesteld. Tijdens de voorbije dertien jaar werden in totaal circa 3500 fragmenten van het monument weer in elkaar gepast tot ongeveer 400 bouwelementen. De punten van honderden in polygonen opgedeelde breukvlakken van slechts deels bewaarde stenen werden met behulp van de pantograaf, een verplaatsbaar kader voorzien van een beweeglijk kompas, op een nieuw te kappen blok uit hetzelfde als het originele bouwmateriaal overgebracht, waardoor er een 'positieve' afdruk van het breukvlak van het ontbrekende fragment werd gecreëerd. Op die manier konden deze stenen weer in hun totaliteit aangevuld worden. Totaal ontbrekende bouwelementen, gaande van kleine fragmenten tot volledige zuilen en Korinthische kapitelen werden onder supervisie van de Turks-Belgische ingenieur en conservatie expert Semih Ercan, volgens de opeenvolgende fasen, gebruikt in de Oudheid volledig nieuw gekapt. Na een proefopstelling, konden vanaf 2009 de honderden meestal een paar ton zware bouwdelen opnieuw in elkaar gepast en onderling bevestigd worden.

Het Antonijns Nymphaeum was in de jaren 160-180 n. Chr., d.w.z. tijdens de regering van keizer Marcus Aurelius, door een vooraanstaande familie van de stad langsheen de noordkant van de Bovenste Markt opgericht geworden. Het bouwwerk van 28 m lengte en 9 m hoogte werd door een doorlopend podium gedragen en was vervaardigd uit zeven verschillende steensoorten, waarvan zes een andere kleur bezaten, die contrasteerde met de witte semi-kristallijne kalksteen, amper van marmer te onderscheiden, gebruikt voor basissen, Korinthische kapitelen van zuilen en pilasters van zes 'tabernakels', bogen van vier nissen in de achterwand, en het over tabernakels en nissen doorlopende draaggestel. Dit laatste bestond uit architraven, een fries met weelderige ranken en een met palmetten versierde kroonlijst. Tabernakels zijn door zuilen (vooraan) en pilasters (achteraan) gevormde uitspringende 'kapellen', waarin beelden waren opgesteld. In het heropgebouwde nymphaeum waren er twee grotere tabernakels met twee rijen zuilen en één paar pilasters langsheen de beide zijkanten van de fontein, en vier kleinere met één paar zuilen en één paar pilasters daartussen. Deze tabernakels wisselden af met vier bovenaan gebogen rechthoekige nissen in de achterwand. Terwijl de functie van deze nissen puur decoratief was, bevatte elk tabernakel een beeld of een beeldgroep. Van de oorspronkelijke beeldopstelling waren enkel de ca. 3 m hoge beeldgroepen uit de laterale tabernakels, die een dronken Dionysos, god van de wijn en van het theater, overeind gehouden door een sater, voorstelden en uit Aphrodisias afkomstig waren, nog bewaard. Heel het decor van de fontein stond trouwens in het teken van Dionysos. In een latere fase werden de beelden uit de vier middelste tabernakels door van elders in de stad gerecupereerde beelden vervangen. De tabernakels hadden drie verschillende types van frontons: deze van de zijkapellen werden door grote voluten gevormd, terwijl de kleinere kapellen in het midden driehoekige en aan weerszijden van een halfronde centrale nis boogvormige frontons droegen. Deze halfronde centrale nis werd door een grote schelp bekroond en bezat op 4,50 m hoogte een console van waarover het water als een waterval naar beneden stortte om een 81 kubieke meter groot schepbassin tussen de uitspringende zijtabernakels gelegen te vullen.

De restauratieploeg slaagde er in om één van de oorspronkelijke watertoevoersystemen opnieuw in werking te stellen, zodat de fontein voortaan functioneert zoals bij haar voltooiing onder Marcus Aurelius. Zij werd ingewijd door de Heer Ertuğrul Günay, Turkse Minister van Cultuur en Toerisme in aanwezigheid van tal van prominenten, waaronder de Belgische Ambassadeur in Ankara, de Heer Pol De Witte, de gouverneurs van de provincies Burdur, Isparta en Limburg, Ere-rector Marc Vervenne en vice-rector voor Onderzoek Peter Marijnen van de K.U.Leuven, maar ook van alle sponsors en honderden Belgische en Turkse 'vrienden van Sagalassos'. Het bouwwerk vormt voortaan één van de parels van het Anatolische cultureel erfgoed en zal de aanvraag vanwege de Turkse autoriteiten om van Sagalassos een door de Unesco erkende site van het 'werelderfgoed' te maken, ondersteunen.

         
Een meer uitgebreide foto reportage over de opening van het Antonijns Nymphaeum kan u hier raadplegen:
http://sagalassos.be/albums/daily_life_2010/opening_antonijns_nymphaeum

2. Oudste 'Romeinse' Thermen in Klein-Azië ontdekt

Buiten deze feestelijke aangelegenheid leverde de campagne ook een aantal grote verrassingen en primeurs op. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld de ontdekking van wat tot dusver de oudste 'Romeinse' thermen van Klein-Azië zijn. De Griekse wereld kende ook al publieke baden in de vorm van ronde constructies met tegen de wanden aaneensluitende badkuipen met een zitje erin. Daarin kon echter enkel water van eenzelfde temperatuur gegoten worden. De Romeinse en Italische badgewoonten bestonden uit een opeenvolging van louwwaterbad, warmwaterbad en koudwaterbad, waarvoor ook individuele ruimtes waren voorzien, respectievelijk een 'tepidarium', een 'caldarium' en een 'frigidarium', dit laatste normaal voorzien van een plonsbad (een 'piscina' of 'natatio'). Deze badgebruiken en de ermee gepaarde gaande constructies werden pas door de Romeinen in het Griekse Oosten geïmporteerd. Tot dusver was het oudste dergelijke 'Romeinse badcomplex' in Klein-Azië dat van de 'Capito-Thermen' in Milete, gebouwd door Cn. Vergilius Capito, een gouverneur van de provincie Asia tijdens de regering van keizer Claudius (41-54 n. Chr.). Deze thermen waren er verbonden met het Hellenistische gymnasium uit de 2de eeuw v. Chr., want aanvankelijk bleef men in de Griekse wereld meer belang hechten aan de sportieve opleiding in deze 'gymnasia' en waren de 'Romeinse' thermen er in feite een annex van. Pas in de tweede helft van de 1ste eeuw n. Chr. zouden thermen er vooral in ZW Anatolië als losstaande complexen hun intrede doen, terwijl in de grote steden de combinatie Romeins bad-Grieks gymnasium weliswaar tot in de 2de eeuw n. Chr. bewaard bleef, maar waarbij het laatste element qua omvang geleidelijk een kleinere annex werd van het badgebouw, dat ging domineren.

Sagalassos telde in de stad hoogstens ca. 3.500 tot 5.000 inwoners. Toen keizer Hadrianus (117-138 n. Chr.) echter de etnische regio, namelijk Pisidië, waarvan Sagalassos deel uitmaakte, overhevelde van de provincie Asia (hoofdstad Efeze) naar de provincie Lycia et Pamphylia (dit is de Turkse Riviera vanaf Fethiye in het Westen tot Alanya in het Oosten), een regio waarmee Sagalassos al van in de Bronstijd economisch veel meer verbonden was, betekende dit een belangrijk pluspunt voor de stad. Provincies zoals Lycia et Pamphylia, die uit verschillende etnische districten bestonden, kregen ook etnische 'koina', dit waren verbonden van steden uit deze districten die in een door de keizer erkende plaats, die de titel 'neokoros' kreeg toebedeeld, de keizercultus voor hun etnische regio organiseerden. Toen Sagalassos aldus 'Lycia et Pamphylia' vervoegde, bezaten deze beide regio's al een eigen cultuscentrum, respectievelijk in Patara en in Perge. Pisidië diende bijgevolg een eigen centrum te krijgen en Hadrianus verleende die eer aan Sagalassos, toen de meest welvarende van alle Pisidische steden. De organisatie van de keizercultus in de stad ging gepaard met spelen en festivals die duizenden Pisidiërs aantrokken. Daarom werden in Sagalassos vanaf Hadrianus gebouwen opgetrokken, die de noden van de hele Pisidische gemeenschap tijdens deze festivals en spelen moesten opvangen, en dus veel te groot waren voor de stedelijke bevolking zelf. Daartoe behoorden het theater (9000 zitplaatsen), maar vooral ook de grote 'Imperiale Thermen' (ca. 120-165 n. Chr.), die meer dan 5000 m² bedekten en in het centrum op een bestaande heuvel, maar langs de randen op een enorme onderbouw van betonnen met bakstenen beklede gewelfde ruimtes rustten.

In 2008 werd al vastgesteld dat één van de stookplaatsen middenin de 'Imperiale Thermen' muren bevatte van een ruimte met dezelfde functie, die al uit het begin van de Keizertijd dateerde (Foto 5). Nader onderzoek toonde aan dat er ten zuiden daarvan drie parallelle oudere ruimtes onder de 'Imperiale Thermen' gelegen waren, waarvan de middelste als 'caldarium' (warmwaterbad) dienst deed, en waarvan de twee oostelijke kamers naar het zuiden op een apsis eindigden. Toen werd gedacht dat de 'Imperiale Thermen' enkel op de onderste rijen stenen van de zuidelijke buitenwand van dit ouder badcomplex aangelegd waren. Tijdens de kampanje van dit jaar wou men dit precies onderzoeken en tevens een betere datering bekomen. Groot was de verrassing toen bleek, dat deze oudere thermen, die een oppervlakte van minstens 32.50 x 40 m besloegen, maar waarschijnlijk al veel groter waren, veel beter bewaard waren dan aanvankelijk gedacht. Eerst en vooral bleken de drie parallel geschikte kamers telkens over een zuidelijke apsis te beschikken (Foto 6), waarin normaliter grote vensters de warmte van de zuiderzon binnenbrachten. Deze apsissen waren opgebouwd uit polygonale stenen, die perfect in elkaar pasten. Elke apsis bleek ook van een steunbeer voorzien te zijn (uitgebroken in de Late Oudheid) om de zuidkant van het badcomplex dat vlakbij de rand van een steile helling gelegen was, te versterken. Balkgaten in de buitenmuren van de apsissen zelf wijzen er op dat daartussen vermoedelijk ateliers gevestigd waren. De oostelijke apsis (vermoedelijk het 'tepidarium of het 'frigidarium') kon op de buitenkant tot op een diepte van ca 3,50 m worden blootgelegd (Foto 7), maar de muren bleken nog veel hoger bewaard te zijn. De twee oostelijke apsissen waren namelijk ook verbonden door een rechte muur, die de spitse ruimte, waarin hun halfronde uiteinden elkaar raakten, afsloot (Foto 8). In die ruimte werden allerlei watervoorzieningen, waaronder bezinkingsbekkens, die badwater voor nieuwe doeleinden recycleerden, aangetroffen. Het belangrijkste feit was echter dat men in deze spits toelopende kleine ruimte de buitenmuren van beide oostelijke kamers top op een diepte van ca. 8,50 m onder het loopvlak van de 'Imperiale Thermen', die er vanaf Hadrianus bovenop gebouwd werden, kon volgen en dat men daarbij net de funderingen van de 'Oude Thermen' had bereikt. Deze funderingen en de onderste rijen stenen erboven zaten vervat in een artificiële vulling vol met keramiek, die door Prof. J. Poblome in de jaren 10-30 n. Chr. kon gedateerd worden, wat betekent dat men hier in feite nog met een 'terminus ante quem' (een datum die gelijktijdig of iets recenter is dan de eigenlijke constructie) te maken heeft. Rekening houdend met de hoogte van de nog bewaarde binnenmuur in de stookkamer, betekent dit alles, dat de 'Oude Thermen' van Sagalassos minstens 12 m hoge buitenmuren moeten gehad bezeten hebben, waarvan nu nog ca. 8,50 m rechtop staan. Een groot deel van deze muren moet zich volgens de bewaarde stookruimte ervan onder het loopniveau van de eigenlijke thermen bevonden hebben en als onderbouw van de thermen erboven hebben gediend.

De 'Oude Thermen' zelf dateren, zoals vermeld, ten laatste uit de jaren 10-30 n. Chr., maar wellicht al iets vroeger, en werden bijgevolg ofwel onder Augustus (hier 25 v. Chr. -14 n. Chr.), hetzij onder Tiberius (14-37 n. Chr.) opgetrokken. Hiermee vormen zij tot dusver de oudste Romeinse thermen van Klein-Azië. De meest waarschijnlijke verklaring hiervan is wellicht te zoeken in het feit dat Augustus in een straal van 100 km rondom Sagalassos niet minder dan acht kolonies van overwegend uit Centraal Italië afkomstige veteranen gesticht had. Het type van de thermen met parallelle apsidiale ruimtes komt rechtstreeks uit Campanië, waar het in de Late Repubiek ontwikkeld was geworden (vb in Pompeii). Hoogstwaarschijnlijk hebben deze veteranen de idee van hun eigen badgewoontes en de typologie van de hiervoor nodige gebouwen naar Pisidië meegebracht en telden sommige van deze kolonies wellicht ook al even oude, niet meer bewaarde of volledig bedolven constructies, waarop Sagalassos zich inspireerde. Een andere, meer plausibele verklaring is dat Sagalassos, dat vanaf Augustus alle innovaties in de architectuur van Rome vrijwel direct imiteerde, op een uit Italië afkomstige architect (in de grootste kolonie Pisidisch Antiochië of Yalvaç, waren er zekere meerdere actief) beroep deed om dit Italo-Romeinse gebouwentype in hun stad te introduceren. Ook bij andere gebouwen uit de regering van Augustus in de stad, zijn er aanwijzingen dat hier Italische architecten bij betrokken waren. Dit alles bevestigt in elk geval nogmaals hoe progressief de bevolking en de elite van Sagalassos was en hoe zij alle nieuwigheden uit de hoofdstad en Italië op de voet volgden.

         

Naast het badcomplex, werd er ook verdere gegraven in het Macellum of de voedselmarkt uit de jaren 180-191 n. Chr., waarvan de noordkant nog het meest intact de originele bouwfase schijnt te respecteren. Heel belangrijk was ook de opgraving in de zuidwestelijke hoek van de Bovenste Agora, waar niet alleen de voorgevel van een belangrijk publiek gebouw uit de tijd van Augustus, mogelijk het 'Prytaneion' of stadhuis van Sagalassos werd blootgelegd, maar waar ook bleek dat de tot dusver aan Caligula toegewezen ereboog, in realiteit opgetrokken was voor zijn oom en opvolger, Claudius (41-54 n. Chr.) samen met diens broer Germanicus, de in 19 n. Chr. gestorven vader van Caligula. De reden waarom Claudius samen met zijn broer Germanicus werd geëerd, was vermoedelijk het feit dat men zo de link tussen Claudius en Augustus wou beklemtonen, zonder naar zijn gehate voorganger en volle neef Caligula, een zoon van dezelfde Germanicus, te moeten verwijzen. Claudius zelf was een zoon van Drusus de Oudere, net als zijn broer, keizer Tiberius, een zoon van Augustus' laatste echtgenote Livia uit een vroeger huwelijk. Augustus zelf had enkel een dochter Julia, die uit meerdere huwelijken, verschillende zonen had gehad. Deze laatsten stierven echter allen op heel jonge leeftijd, zodat Augustus' eigen bloedlijn uitgestorven was. Daarom adopteerde de eerste keizer op 26 juni 4 n. Chr., zijn door hemzelf gehate stiefzoon Tiberius, maar dwong hij deze laatste op dezelfde dag tevens tot de adoptie van Germanicus, zoon van Livia's andere zoon, Drusus de Oudere met wie Augustus wel een zeer goede verstandhouding had gehad, maar die al in 9 v. Chr. gestorven was. Op die manier wou Augustus ervoor zorgen dat Rome na Tiberius, een goede keizer kreeg. In 18 n. Chr. vertrouwde Augustus aan Germanicus al het bevel over het hele Griekse Oosten toe, maar één jaar later, in 19 n. Chr., overleed Germanicus al in heel verdachte omstandigheden in Daphne, een voorstad van Antiochië aan de Orontes. Toen Germanicus' zoon, Caligula, tussen 37 en 41 n. Chr. Tiberius opvolgde, ontpopte de jonge keizer zich tot een echt monster en werd zijn naam na zijn dood van alle publieke monumenten verwijderd. Hij werd opgevolgd door zijn oom, Claudius, die in feite noch qua afstamming, noch door adoptie, een directe verwant van Augustus was. Zijn broer, Germanicus, was dat wel aangezien hij door zijn adoptie door Tiberius een kleinzoon van Augustus geworden was. Door keizer Claudius in zijn ereboog aldus samen met zijn broer Germanicus te eren, zocht men zeker de eerste als broer van een (geadopteerde) kleinzoon van Augustus te legitimeren en hem via deze uiterst populaire broer met de eerste, geliefde keizer van Rome te verbinden.

      

3. Stand van zaken Jaarboek 2009

Beste 'steunende' Vrienden van Sagalassos. Terecht stelt U zich wellicht de vraag waar het Jaarboek 2009 blijft. Bij de lezingen in het voorjaar heb ik aangekondigd dat ik daar onmiddellijk na de lezingenreeks zou aan beginnen. Dat is ook gebeurd. De teksten over de verschillende opgravingsites, voorbereid door de medewerkers, zijn grotendeels klaar. Het was en is echter ook de bedoeling dat het eerste en langste hoofdstuk van dit Jaarboek eerst de chronologische draad terug opneemt, daar waar hij in het Jaarboek 2008 was afgebroken. Meer bepaald willen wij de Latere Oudheid, in dit geval de periode vanaf de Severi (ca. 200 n. Chr.) tot en met de regering van keizer Justinianus (midden 6de eeuw n. Chr.) even uitvoerig aan bod laten komen, zoals dat in het Jaarboek 2008 voor de Hellenistische periode, de Vroege Keizertijd (vanaf Augustus) en de Antonijnse periode (met het accent op de rol van Hadrianus) is gebeurd. Op die manier krijgen 'vrienden' die niet vanaf het allereerste jaar hadden ingetekend een algemeen overzicht over wat er in ondertussen eenentwintig jaar opgravingen werd gerealiseerd, maar worden deze resultaten ook binnen hun juiste historische context geplaatst. Ik kan U garanderen dat de periode in kwestie, met daarin de kerstening van de stad en de moeilijkheden t.g.v. ketterijen even boeiend is als wat eraan vooraf ging. In het Jaarboek 2010 zal dan nog een inleiding volgen over de periode 7de tot 13de eeuw n. Chr., dit wil zeggen de laatste zes eeuwen van menselijke bewoning in Sagalassos.

Mijn redactiewerk, waarmee ik vol enthousiasme bezig was, werd echter vrij abrupt doorbroken door de voorbereiding van twee evenementen, die veel meer tijd in beslag genomen hebben, dan vermoed. Eerst en vooral gingen de maanden mei tot en met juni volledig op aan de redactie van een lijvige catalogus met historische verantwoording van de voor de volgend jaar in het Gallo-Romeins Museum van Tongeren geplande grote tentoonstelling over "Sagalassos. Stad in de wolken". Deze tentoonstelling zal meer dan 200 kleine en grote topwerken uit de opgravingen naar België brengen en is gepland voor de periode van 29 oktober 2011 tot en met 17 juni 2012. Het tweede evenement dat mij verhinderde ook maar enige vooruitgang te boeken tijdens de opgravingen zelf, was de voorbereiding van de plechtige inauguratie van het Antonijns Nymphaeum op de Bovenste Agora op zaterdag 28 augustus ll. Ook hiervoor dienden nieuwe panelen, maar ook een brochure en tal van persteksten geschreven te worden, dit opnieuw tot in de late uurtjes. Zoals U elders in deze e-nieuwsbrief kunt lezen, werd de opening in elk geval een groot succes.

Thans ben ik bezig met twee eindrapporten van aflopende projecten zodat ik pas begin oktober de pen opnieuw kan hanteren. Wij verzekeren U echter dat het boek er voor de Kerst zal liggen en dat U volgend jaar het Jaarboek sneller zult ontvangen. Wij hopen op begrip hiervoor van Uwentwege.

Marc Waelkens

4. Vrienden van Sagalassos

Jaarboeken kunnen enkel geschreven worden zolang er campagnes zijn en campagnes zijn er maar zolang wij voldoende financiële steun ontvangen. Wie ons hierbij wil helpen en nog voor het jaar 2010 een fiscaal attest wenst te ontvangen, kan dit nog doen door een storting op het volgende rekeningnummer:

432-0000011-57
K.U.Leuven
Krakenstraat 3
3000 Leuven
Structurele mededeling: 400/0000/06608

Indien u beschikt over een kredietkaart is het ook mogelijk om stortingen on-line uit te voeren. Daarvoor kan u op deze webpagina terecht: http://sagalassos.be/nl/donate/register

Voor giften vanaf 30 euro ontvangt U een fiscaal attest. Vanaf 38 euro wordt U 'steunend vriend'. Alumni van de K.U.Leuven die de restauratie van de Tholos van het Macellum financieel steunen zijn automatisch Vriend van Sagalassos. Meer informatie over de steun van de Alumni Lovanienses bij de restauratie van de Tholos van het Macellum vindt u hier: http://sagalassos.be/RestauratieTholos

Dit jaar heeft de campagne in Sagalassos opnieuw zeer mooie wetenschappelijke resultaten geboekt, wellicht culminerend in het opnieuw doen functioneren van het Antonijns Nymphaeum als een echte fontein. Even belangrijk was echter de ontdekking van wat tot dusver de oudste Romeinse thermen van Anatolië zijn, vlak onder de 'Imperial Thermen' en de goede bewaringstoestand van hun buitenmuren. Deze e-nieuwsbrief brengt al een eerste verslag over beide resultaten. Andere resultaten zijn historisch echter even belangrijk. Zo blijkt de vermeende 'Boog van Caligula', die we volgende zomer hopen her op te bouwen in realiteit een ereboog voor keizer Claudius en voor zijn broer Germanicus geweest te zijn. De wijding aan beide broers is uiterst interessant voor de intriges aan het hof van keizer Augustus met het oog op zijn opvolging. Het fijne daarvan behouden wij U echter voor in het Jaarboek 2010. Ook de opgravingen van het Macellum en testopgravingen in het grote paleiscomplex leverden de nodige verrassingen op. In de komende weken zullen rapporten hierover geleidelijk verschijnen op onze website sagalassos.be.

5. Turks weekend in kasteel Tudor in Sint-Andries Brugge

Ook in het najaar blijft het Sagalassos-project erg actief. Naast de lezingen die vanaf oktober van start gaan, zal er twee dagen lang een Sagalassos stand zijn op een tweedaags Turks weekend in Brugge op 25 en 26 september, waarvan U hieronder het programma en de locatie vindt. Op deze stand zal er normaliter al meer info worden verstrekt over de tentoonstelling in Tongeren, zullen de twee films van Ph. Axell die door ARTE over Sagalassos werden uitgezonden, doorlopend getoond worden, en zal men de DVD's ervan kunnen kopen, net als nog beschikbare exemplaren van het Jaarboek 2008.

Turks weekend in kasteel Tudor in Sint-Andries Brugge

De allereerste Turkse Vereniging in West-Vlaanderen, "De Brugs-Turkse Vriendenkring" organiseert samen met FZO-Gent op zaterdag 25 en zondag 26 september 2010 een grandioos Turks weekend om aan een ruim publiek Turkije en z'n specialiteiten op elk vlak beter te leren kennen. U kan er onder meer documentatie en informatie verkrijgen over de prachtige kusten van Izmir en Antalya. Er is ook een stand over Sagalassos, bemand door leden van de ploeg en op zaterdag door Prof. Marc Waelkens zelf. De hele dag door is er een Turkse markt waar u talloze artikelen uit Turkije kunt verkrijgen. Binnen in het kasteel kan u een uitgebreide tentoonstelling bezoeken van aloude Turkse ambachten en u kan er ook de
wereldbekende zijden Hereke-tapijten bewonderen i.s.m. Zen Diamond (http://zendiamond.com)

Op zaterdag 25 september 2010 ziet het programma er als volgt uit:

Van 15u tot 17u30 kunt u genieten van een concert met qanunspeler Osama Abdulrasol, zangeres Melike Tarhan en cellist Lode Vercampt. Ze brengen de muziek van de film Babam & Oglum en de Turks-Gentse speelfilm Turquaze.

Van 18u tot ongeveer 18u20:

  • Speech door Mvr. Deniz Cakar, Consul-Generaal van Turkije
  • Speech door Dhr. Gouverneur Breyne
  • Speech door Dhr. Schepen van Toerisme
  • Speech door Dhr. Vice-Gouverneur van Izmir Haluk Tuncsu en ook door de directeur van Cultuur en Toerisme Izmir
  • Speech door de voorzitter van het FZO

Na afloop volgt een receptie voor de genodigden met tussendoor optreden van een Derwisch.

Dit Turks weekend gaat door in Kasteel Tudor, Zeeweg 147, 8200 Sint-Andries Brugge. (Tel: 050/380.528)

6. Aankondiging data Sagalassos lezingen

Noteer alvast ook al de Sagalassos-lezingen in Uw agenda. Naar jaarlijkse gewoonte krijgt U dan een overzicht van de resultaten van de afgelopen campagne. Deze dubbellezingen (Marc Waelkens en Jeroen Poblome) zullen doorgaan op woensdag 2 maart, dinsdag 8 maart en donderdag 24 maart in de Aula Pieter De Somer in Leuven en op donderdag 17 maart in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Verdere info hierover volgt in een volgende e-nieuwsbrief. Wij doen er ook alles aan om deze lezingen, in tegenstelling met de eerste van vorig jaar, qua tijd binnen de juiste perken te houden.

Ik hoop U binnenkort te mogen ontmoeten op één van deze evenementen en lezingen en wens U alvast te danken voor Uw steun aan het Sagalassos-project.

Hartelijke groeten,

Marc Waelkens