Vondst van de week, 19 juni

Printer-friendly versionSend to friend

Beste Vrienden van Sagalassos,

Hartelijk dank voor jullie reacties op het amfoor-bericht. Het tweede vondstbericht is verzorgd door collega Ine Jacobs, Chancellor's Fellow aan de School of History, Classics and Archaeology van de University of Edinburgh. Ze slaat nagels met koppen!

Immers, in Sagalassos maar ook op veel andere Romeinse sites, zijn ijzeren spijkers de meest voorkomende metalen voorwerpen in opgravingen. Over het algemeen wordt hier vrij weinig aandacht aan besteed en meestal verdwijnen ze in het depot met enkel een korte notitie van hun aanwezigheid. En toch kunnen zelfs deze onopvallende objecten ons heel wat vertellen over antieke architectuur, zeker als deze niet erg goed bewaard is gebleven. De aanwezigheid van een houten dakgebinte bijvoorbeeld, waarvan de houten balken niet zijn bewaard, kan nog wel worden aangetoond door de overgebleven spijkers.

Dit jaar werd er dan ook gestart met het tellen en wegen van spijkers gevonden tijdens voorbije campagnes. Testcase was het gebouw ten zuiden van het Bovenste Marktplein te Sagalassos dat werd opgegraven tussen 2011 en 2013. We vermoeden dat dit in de 6de en vroege 7de eeuw na Christus werd gebruikt voor opslag en verkoop van voornamelijk voedingswaren en waarschijnlijk ook als woonst. Thomas Van Belle, onze depotmanager, noteerde het aantal en gewicht per opgegraven context. Zodoende kon een duidelijk verschil aangetoond worden tussen het oostelijke en westelijke gedeelte van het gebouw. De oostelijke kamers, die waarschijnlijk in de Ottomaanse periode, meer bepaald de tweede helft van de 19de eeuw, opnieuw in gebruik werden genomen, bestonden uit slechts één verdieping en werden overdekt door dakpannen op een houten dakgebinte. Niet alleen een groot gedeelte van de dakpannen zelf, maar ook de spijkers van het gebinte werden bovenop de recente vloer aangetroffen. Een extra concentratie van spijkers op de rotsbodem van kamer 4, een dieper gelegen kelder, wijst erop dat deze met een houten vloer was overdekt. Een aantal "vreemde" spijkers met piramidale kop duiden er trouwens opnieuw op dat we hier met een veel jongere bewoning te maken hebben. Zij zijn immers duidelijk te onderscheiden van de typische Romeinse spijker met platte, vierkante kop.

Zo'n piramidale spijkers werden niet aangetroffen in de westelijke helft van het gebouw. Op het laatste, 6de eeuwse occupatieniveau van kamer 13 werden zelfs helemaal geen spijkers gevonden. Dit bevestigt ons eerdere vermoeden dat deze ruimte fungeerde als een open, onoverdekte koer, eerder dan als echte kamer. Kamer 18 daarentegen beschikte over een houten bovenverdieping in de 6de eeuw. Bovenop haar laatste bewoningslaag werd immers een extra verzameling spijkers teruggevonden, die duidelijk konden onderscheiden worden van de spijkers van het dakgebinte die iets hoger in de stratigrafie opdoken. Het bestaan van een bovenverdieping was weliswaar al gekend, aangezien we tijdens de opgravingen in het centrum van het gebouw de restanten van een trap hadden aangetroffen, maar door de slechte bewaringstoestand van de stenen architectuur hadden we tot nu toe geen enkel idee hoe uitgebreid deze was en hoe ze was opgebouwd.

Een laatste opmerking. Zoals hierboven al gezegd werden er in het puin bovenop de oostelijke helft een groot aantal dakpannen en spijkers teruggevonden. Bovenop de kamers in het westen vonden we al bijna geen dakpannen terug, maar ook het aantal spijkers is eerder laag te noemen. Het is zeer goed mogelijk dat de 19de eeuwse bewoners van dit gebouw niet alleen alle nog herbruikbare Romeinse dakpannen hebben uitgezocht om hun eigen dak mee te leggen, maar dat ze ook de nog bruikbare ijzeren spijkers hebben gerecupereerd. Ook vandaag nog zijn vele van de Romeinse spijkers immers in vrij goede staat. Bovendien zijn smeedijzeren spijkers altijd vrij waardevol geweest, aangezien ze één voor één verhit en gevormd moesten worden op een aambeeld, dit in tegenstelling tot moderne gesneden nagels, die vanaf ca. 1800 in Amerika en Engeland werden geproduceerd, of stalen draadnagels die pas rond 1860 in Frankrijk werden uitgevonden. De productie van spijkers was dus erg arbeidsintensief en relatief duur. Een erg goeie reden om oudere spijkers te hergebruiken!

Op naar volgende week!

Jeroen Poblome