Vondst van de week, 25 augustus

Printer-friendly versionSend to friend

Dag Vrienden van Sagalassos,

Toen gisteren, 24 augustus, de meeste ploegleden al gaan slapen waren heeft de aarde gebeefd in Ağlasun. Twee kort op elkaar volgende harde schokgolven, waarbij de tweede vergezeld ging met een soort van groot ontploffingsgeluid. Erna volgende een reeks van naschokken die steeds minder voelbaar waren. M 5.2 berichten de geologen van de ploeg ons vanuit Leuven, waarbij het blijkbaar de breuklijn van Sagalassos zelf is die bewogen heeft. Iedereen in het dorp en van de ploeg is er gelukkig enkel met de schrik van af gekomen. Er is hier en daar wat materiële schade in het dorp, maar niks ernstig. Het hartverwarmende van dit gebeuren is dat de hele gemeenschap van het dorp onmiddellijk bij elkaar komt om te zien dat alles in orde is, en dat ze daarbij de ploeg niet vergeten. Ook werd er onmiddellijk van alles geregeld om buiten te slapen, wat de meesten in Ağlasun ook gedaan hebben, inclusief een deel van het project op het gras in het opgravingshuis. Nadat we hadden vastgesteld dat iedereen ok was, zijn Ebru en Semih naar Sagalassos getrokken, met de schrik om het hart voor hun restauratieprojecten. Er bleek geen schade te zijn, en ook deze morgen bij daglicht konden we geen calamiteiten vaststellen op de site. Enkel het water van het laat-Hellenistische brongebouw, waar heel de ploeg van drinkt en mee werkt, is sterk vertroebeld. Dan maar de auto volgeladen met flessenwater om op alle werven te gaan verdelen. Het ontberen van drinkwater zal in de Oudheid weliswaar meer effect gehad hebben, zelfs al was er geen schade aan lijf, leden of gebouwen en huizen.

Ongewild is dit gebeuren van toepassing op het bericht van de week. Ik wil jullie immers graag de aanpak en voorlopige resultaten voorstellen van de conservatiewerkzaamheden in de Romeinse Thermen, één van de monumenten in Sagalassos dat sterk heeft geleden onder aardbevingsgeweld. Deze werf staat onder leiding van architectes Ebru Torun en Göze Üner, die flink bijgestaan worden door ingenieur Luc Karremans, archeoloog en ingenieur Roel Van Beeumen, macro-botaniste Elena Marinova en architecte Özge Mutlu. Naar goede Sagalassos traditie een gemengd team op vlak van specialiteiten en nationaliteiten. De werkzaamheden worden financieel gedragen door de familie Lamberts-Van Assche en Bricomarkt NV Londerzeel.

De keizerlijke thermen van Sagalassos zijn het grootste monumentale complex van Sagalassos (ongeveer 5000 m²). Ze vervingen een veel kleiner vroeg-Romeins badgebouw. De bouw ervan duurde van rond 120 tot 165 n. Chr. en het complex werd verschillende malen aangepast. Vooraleer de thermen vernield werden in de zevende eeuwse aardbeving die Sagalassos hard trof, en vele malen sterker was dan wat we gisteren hebben gevoeld, werden in de periode ervoor al bepaalde ruimtes van het gebouw buiten gebruik gesteld en ontmanteld. Het gebouw stak zeer stevig in elkaar met kalkstenen buitenmuren en belangrijke dragende delen, en Romeins beton van gekende keiharde kwaliteit afgewerkt met baksteen. Dat was ook nodig gezien bepaalde kamers verhit werden en andere weer niet, en er in vele ruimtes grote hoeveelheden water aanwezig waren. Deze factoren vormden een ernstige uitdaging voor de bouwers van het complex. Zeker omwille van het verbruik van grote hoeveelheden brandstof moet dit een van de duurste gebouwen van Sagalassos geweest zijn in onderhoud.

Marc Bey heeft jaren gegraven in deze thermen en hij steunt tevens de opgravingen van dit jaar in de palaestra gelegen in het noordoostelijke deel van het complex. Het bericht van deze week betreft echter niet deze opgravingen maar de start van een omvattend conservatieprogramma van de thermen. Dit programma werd opgestart omdat bepaalde delen van het gebouw zich in een steeds meer precaire toestand beginnen te bevinden en omdat het Sagalassos Project op termijn graag bezoek in bepaalde delen van de thermen zou willen mogelijk maken. Het gebouw werd opgetrokken rond een heuvel, maar gezien de omvang van het complex werd een reeks van overwelfde kamers aangelegd om de baden te schragen. Twee van deze overwelfde ruimtes, in archeologisch jargon kamers 4 en 5 onder Caldarium I gelegen, in het westelijk deel van het badgebouw, worden deze campagne aangepakt. Kamer 4 was oorspronkelijk de publieke latrine van de thermen, die in de late Oudheid werd omgevormd tot een mest collector.

Hoewel beide kamers op het eerste zicht redelijk goed bewaard zijn gebleven, vertonen ze gedeeltelijke, maar zeer ernstige structurele problemen, die samen met het verlies van bouwmateriaal door insijpelend water en andere verweringsprocessen, een reële bedreiging vormen voor hun bewaring. Structureel gezien dragen bakstenen bogen in de tussenmuur telkens twee bakstenen gewelven die beide kamers overspannen. Van het dubbel baksteen gewelf heeft enkel het bovenste gewelf een dragende functie, ten dele samen met het Romeins beton erboven. In beide kamers bleek het onderste gewelf voor het grootste deel verdwenen, al ten tijde van de opgravingen in 1998, maar de toestand is precair geworden omdat ook het bovenste, dragende gewelf op bepaalde plaatsen stuk is gegaan en verdwenen. Daardoor is bijvoorbeeld in kamer 5 een deel van de tussenmuur komen bloot te staan, en springen de bakstenen van de dragende bogen ervan in een snel tempo kapot. Insijpelend water en uitzettingskrachten door vorst liggen hier meer dan waarschijnlijk van aan de basis. Nadat alle losse elementen voorzichtig werden verwijderd, werden nieuwe stutten aangebracht om de spankracht van het bovenste gewelf terug te vervolledigen. Verdere interventies zijn afhankelijk van een bouw-fysische doorlichting van het gebouw, die we hopelijk volgend jaar zullen kunnen organiseren, om bijvoorbeeld de water- en luchtstromen in de ruïne in kaart te brengen, evenals bestendigheid bij aardschokken. Pas als deze factoren gekend zijn en de algemene stevigheid van het gebouw en haar onderdelen kan een gepast conservatieplan worden uitgewerkt; anders zou dit een plaaster op een houten been zijn.

  

De noden in kamer 4, de latrine, waren echter nog pregnanter. Al tijdens de opgravingen eind de jaren ’90 was er een groot gat vastgesteld in de gewelven aan de westzijde van de kamer. Hier zijn beide gewelven, het Romeins beton en de vloer van het bovenliggend warmwaterbad volledig verdwenen. Het gat was indertijd voorlopig afgedekt geweest, maar bij grondige controle bleek die afdekking niet meer afdoend en was het gat in het centrale deel van het gewelf al aangegroeid tot 4 bij 4,5 m, en waren de randen van het gat zeer onstabiel geworden, met dreigend instortingsgevaar tot gevolg. Beetje bij beetje werden heel oordeelkundig en voorzichtig de losse bouwonderdelen verwijderd en telkens de stutten opnieuw op spankracht gebracht, zodat ondertussen de dragende functie van het bovenste gewelf weer werd hersteld. Daarna werd van bovenuit de voorlopige bescherming, die niet meer werkte, verwijderd. Dit was gevaarlijk werk omdat de voorlopige afdekking de onstabiele randen van het gat verborg. Daarom werd er met weinig werklui gewerkt en was de man die de afdekking verwijderde voortdurend beschermd met een valharnas. Eenmaal de losse delen verwijderd, het gewelf gestut en de afdekking ontmanteld, werd de archeologische ploeg gevraagd de hele latrine grondig op te ruimen. Daarbij werd een getuigenprofiel in de zuidwestelijke hoek van de kamer opgegraven en alle lagen ruim bemonsterd voor botanisch onderzoek van deze mestlagen. Voor de eerste maal werd de latrine volledig blootgelegd. Na de opgravings- en opruimingswerken werd een stevige stelling gebouwd onder het gat. Vanop de stelling wordt het Romeins beton hersteld boven het dragende gewelf en alle randen gerestaureerd. Een nieuwe voorlopige afdekking werd ontworpen dat insijpelend en aflopend water beter probeert te vermijden. De ploeg is nu nog volop bezig deze afdekking te installeren. Ook wordt er een nieuwe beschermende laag aangebracht op de westelijke buitenmuur van de thermen, worden de stenen van deze muur die naar buiten aan het schuiven waren terug geduwd en meer ventilatie voorzien via een van de vensters in deze buitenmuur van het badgebouw. Tenslotte onderzoekt de conservatieploeg ook alternatieve methodes om de zogeheten hypocaustum pijlers in baksteen, die ooit de vloer van Caldarium I droegen, te consolideren en opnieuw zichtbaar te maken.

       

De documentatie verzameld tijdens deze werkzaamheden blijkt een zeer rijke bron om de antieke bouwwijze van het badgebouw beter te begrijpen. In de komende jaren is het onze bedoeling om naast het relaas van het gebouw ook de vele avonturen die we met dit project beleven via informatieborden en digitale media kenbaar te maken. Als we in Sagalassos onze slaap al ergens over laten, hoeft het gelukkig vanaf nu niet meer zozeer om kamers 4 en 5 van de Romeinse thermen te gaan. De conservatiemaatregelen hebben ook de aardbeving van gister intact overleefd. Oef!

Graag tot volgende week, wanneer we een eerste overzicht van de opgravingsresultaten zullen proberen te brengen.

Jeroen Poblome