Vondst van de week, 10 september

Printer-friendly versionSend to friend

Beste Vrienden van Sagalassos,

Het is mij een genoegen jullie de resultaten van onze werkzaamheden tijdens afgelopen campagne op de Bovenste Agora van Sagalassos voor te stellen. De resultaten op de overige werven volgen in een later bericht. De opgravingen, het architecturale studiewerk en de restauratiewerkzaamheden op het centrale plein van Sagalassos werden dit jaar gesteund door het Departement Federaal Wetenschapsbeleid (IUAP 07/09), de KU Leuven (GOA 13/04), de firma's Aygaz, Koptur/Turquievision, Paloma Hotels, Omnia, de familie Renier, het Amerikaanse Global Heritage Fund en last but not least de Vrienden van Sagalassos.

Ik mag beginnen met een kleine verrassing. Dankzij het programma van gerichte sondages of kleinschalige opgravingen onder het plaveisel van het plein staan we een stap verder in het begrijpen van de oorsprong van zowel het plein als de gemeenschap van Sagalassos. Eerst was er de vondst van scherven die aan de Laat Klassieke/Vroeg Hellenistische periode konden worden toegeschreven, zeg maar de late vijfde tot de vroege derde eeuw v. Chr. Dit materiaal zat jammer genoeg niet in stratigrafisch verband. Dat was wel het geval met de tot nu toe vroegst gekende activiteit op deze site. Het is immers bij de opgravingen gebleken dat er in het begin helemaal geen agora was, maar een kleigroeve, waarvan de resten zich bevinden onder een groot deel van de oostelijke portie van het latere plein. Het materiaal teruggevonden in de vulling van de kleigroeve, wanneer deze dus buiten gebruik werd gesteld, kon gedateerd worden aan het einde van de derde eeuw/begin tweede eeuw v. Chr. Zo kunnen we afleiden dat de kleigroeve op zijn minst in de Vroeg Hellenistische periode actief was. Op enige afstand, in wat later de Pottenbakkerswijk van de stad zou worden, werden reeds kleigroeves gelokaliseerd, die tevens kunnen opklimmen tot de Vroeg Hellenistische periode. Naast de aanwezigheid van vele waterbronnen binnen het areaal van Sagalassos, vormden kleien blijkbaar een andere natuurlijke aantrekkingspool voor de eerste bewoners van de site.



Het is pas tijdens de eerste helft van de tweede eeuw v. Chr. dat er een plein wordt aangelegd, in verharde grond met steenslag. Tot nu toe werden geen plaveien teruggevonden uit deze periode in deze sondages, tenzij die in een later stadium alle verwijderd werden en hergebruikt. De voorlopig oudste resten van een in steen opgetrokken monument op het plein gaan terug tot het einde van de eerste eeuw v. Chr. Helaas werden van dit monument enkel de funderingstenen gevonden en kunnen we het dus niet bestemmen. Het is pas na het begin van de jaartelling dat er in deze zone plaveien werden gelegd.

In dezelfde loop van de eerste helft van de eerste eeuw n. Chr. werd ook het meer regelmatige plaveisel in het westelijke deel van het plein neergelegd. Gezien in deze sondages geen ouder materiaal werd gelokaliseerd kunnen we stellen dat de westelijke helft een uitbreiding is van een oorspronkelijke kleinere agora.



Uit de aangelegde sondages bleek tenslotte dat, als eenmaal het plaveisel er lag op de Bovenste Agora, dit gedurende vele eeuwen onaangeroerd is gebleven, behalve enkele kleinere interventies in de loop van de zesde eeuw n. Chr.

Ook de oudste resten teruggevonden in de opgravingen in de zuidoostelijke hoek van de Agora gaan terug tot de Midden Hellenistische periode, om en bij de tweede eeuw v. Chr. Hier werd, alweer in een sondage, één plavei opgegraven die tot deze periode behoort. Er zal volgend jaar meer onderzoek nodig zijn in deze zone om uit te maken of dit het vroegste plaveisel van de oorspronkelijke agora betreft, dan wel deze plavei eerder te associëren valt met het publieke gebouw dat hier nieuw werd opgegraven. Er werd nog te weinig van het gebouw blootgelegd om het te kunnen identificeren of zelfs goed dateren, hoewel de stijl waarin de muur is opgetrokken zeer sterk een Hellenistische datering suggereert. Maar dat is dus stuff voor volgend jaar.



Het doel van de 2014 campagne in deze zuidoostelijke zone was immers het vrij leggen en bestuderen van de zuidoostelijke pronkzuil en voornamelijk de tweede Boog van Claudius uit 43 n. Chr., onmiddellijk erachter.

Elk opgegraven onderdeel van de zuidoostelijke pronkzuil werd met nieuwe fotogrammetrische methodes in 3D in detail opgemeten, om het aanvraagdossier tot restauratie te kunnen voorbereiden. De zuil stond 10,94m hoog en werd door het Volk van Sagalassos opgedragen aan een zekere Admon, zoon van Arnestes, wellicht voor de rol die deze speelde in de aanleg van het bovenste marktplein in de Vroeg-Keizerlijke periode. Dankuwel Admon. Onze ploeg kon hier het allerlaatste stuk van de Bovenste Agora bloot leggen, alsook een stuk van de straat die in de zuidoostelijke hoek toegang gaf tot het plein. In de komende jaren hopen we deze opgraving uit te breiden zodat bezoekers aan Sagalassos via de oorspronkelijke, antieke toegangsweg de Bovenste Agora zullen kunnen betreden.



Ook alle bouwblokken van de zuidoostelijke Boog van keizer Claudius werden vrij gelegd, in detail gedocumenteerd en reeds ten dele gerestaureerd, met het oog op het heroprichten van deze boog in de komende jaren. Het was opnieuw het Volk van Sagalassos dat deze boog schonk, ditmaal aan Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus, ten tijde van zijn derde consulaat, zegge en schrijve in 43 n. Chr. Zoals bij de andere Boog van Claudius, in de hoek aan de overkant van het plein, stond er ook op dit exemplaar een beeld van de keizer, ditmaal op een aparte sokkel. Keizer Claudius was graag gezien in Sagalassos en ook in de streek Pisidië, wellicht omwille van de bestuurlijke hervorming die hij doorvoerde waarbij Sagalassos en Pisidië vanaf nu onder de vlag van de provincie Lycia et Pamphylia resorteerden, als bevestiging van eeuwenoude, natuurlijke banden van onze streek met de zuidkust.



Terwijl deze campagne de laatste blokken van de pronkzuil van Admon werden opgegraven, werd in de tegenoverliggende zuidwestelijke hoek de pronkzuil van Krateros opnieuw opgericht. Deze was eerder opgegraven, terwijl dit jaar de anastylose ervan voor het grootste deel kon worden afgewerkt. Alle stenen werden opnieuw in 3D opgemeten, gereinigd, geconsolideerd en gemonteerd, met aardbevingspreventiemaatregelen. Hoewel deze zuil eenvoudig lijkt qua constructie in vergelijking met het NW Heroön of het Antonijnse Nymphaeum, beide reeds afgewerkte anastylose projecten, bleken de breuken van de stenen van deze zuil bijzonder complex, waardoor het vervolledigen van bepaalde delen heel langzaam en secuur diende te verlopen. De detailafwerking van bepaalde voegen diende daarom te worden uitgesteld tot volgend jaar. Deze zuidwestelijke pronkzuil werd door het Volk van Sagalassos opgedragen aan Krateros, zoon van Kalliklès, aan het begin van onze jaartelling.



Een laatste resultaat van afgelopen zomer is tenslotte de nieuwe en definitieve opstelling van de boog die de noordoostelijke toegang tot de agora sierde. De spanwijdte van 4,75m had bij voorgaande opstellingen problemen opgeleverd, waardoor de ploeg op zoek is gegaan naar nieuwe manieren en volgordes om de blokken van de boog te combineren. Het resultaat mag gezien worden. Hoewel de boog zelf het resultaat is van latere herstellingen, gaat ook deze structuur terug tot de Vroeg-Keizerlijke periode, wanneer er duidelijk heel wat te doen was om het centrale plein van Sagalassos een voornaam en monumentaal aanschijn te geven.



Tot binnenkort.

Jeroen Poblome