Veel gestelde vragen over Sagalassos

Printer-friendly versionSend to friend

Waarom gingen mensen op deze steile berghellingen wonen?
Veiligheid moet een van de voornaamste redenen zijn geweest. Even belangrijk waren de tientallen natuurlijke bronnen. De valleien in de regio waren in de oudheid vruchtbaarder dan nu. Men vond er ook klei (keramiek, bouwstenen) en de streek is rijk aan ertsen (vooral ijzer). Tot slot: zeker in de Romeinse keizertijd was Sagalassos geen geïsoleerde bergnederzetting. De stad was verbonden met het Anatolische wegennetwerk en diverse havens.

Wie leefde hier en wanneer?
In het 3de millennium v.Chr. vestigden de Luwiërs zich in het latere 'Pisidië'. Zij waren verwant aan de Hettieten. De Sagalassiërs ondergingen diverse acculturatiefasen en werden vooral na Alexander de Grote gehelleniseerd, zoals het hele Nabije Oosten. In de keizertijd bleven zij hun cultuur ontwikkelen, met sterke Griekse en Romeinse invloeden. Van de 4de tot de 13de eeuw werden de Sagalassiërs gekerstend, behoorden ze tot het Byzantijnse Rijk en werden ze een deel van het sultanaat van de Seljukidische Turken.

Waar komt de naam Sagalassos vandaan? Is er een verband met Ağlasun?
Sagalassos is een Luwische naam waarvan we de oorspronkelijke betekenis niet kennen. In de 11de eeuw n.Chr. wordt een lokale bisschop 'van Agalassu' genoemd. De Seljukidische Turken namen die naam over voor hun nederzetting aan de voet van de antieke stad: Ağlasun. Er is dus een verband.

Waarvan leefde de bevolking?
De economie van Sagalassos steunde vooral op de landbouw, met name het graan voor de Romeinse troepen. In de keizertijd was er de olijfteelt en de productie van olijfolie. Wellicht exporteerden de Sagalassiërs ook dennen naar Egypte (architectuur, scheepsbouw). Een andere inkomstenbron, vanaf Augustus (25 v.Chr.-14 n.Chr.), was het industrieel geproduceerde fijne tafelgerei. Dat wordt aangetroffen in West-Anatolië en sporadisch in het oostelijke Middellandse Zeebekken.

Wanneer en waarom verliet de bevolking de stad?
Vanaf 541-542 n.Chr. decimeerden pestepidemies de bevolking en ontwrichtten ze de economie. Omstreeks 610 vernielde een zware aardschok Sagalassos grotendeels. Tot in de 13de eeuw waren er verspreide, soms versterkte gehuchten. Toen vernielden de Seljukiden, die al in Ağlasun woonden, de laatste midden-Byzantijnse versterking op de Alexanderheuvel.

Wanneer werd de site herontdekt?
De resten van de stad werden pas in 1706 herontdekt door de Franse arts Paul Lucas, die voor Lodewijk XIV door het Ottomaanse Rijk reisde. In 1824 ontcijferde een Engelse zendeling de naam Sagalassos in een inscriptie.

Wie graaft hier op en wie financiert de opgravingen?
Sinds 1990 wordt de site opgegraven door de Katholieke Universiteit Leuven (België), onder supervisie van het Turkse Ministerie van Cultuur en Toerisme. De directeur van de opgravingen is professor Marc Waelkens, die ter plaatse bekend staat als 'Marc bey': professor Waelkens staat aan het hoofd van een internationaal team wetenschappers uit Turkije, België en vele andere landen. De opgravingen en het onderzoek op het 1200 km² uitgestrekte territorium worden gefinancierd door wetenschappelijke onderzoeksfondsen van de Belgische staat en door Belgische donateurs. De conservatie en de heropbouw van monumenten (anastylose) worden betaald met privaat Belgisch sponsorgeld, inclusief families, bedrijven en banken. Sinds 2006 zijn ook het Turkse AYGAZ (Koç Holding) en andere Turkse bedrijven met sponsoring gestart.

Waar gaan de vondsten naartoe?
Alle belangrijke vondsten gaan naar het museum van Burdur, waar de mooiste zijn tentoongesteld. De andere worden opgeslagen onder toezicht van het museum.