Nieuws uit Sagalassos, 18 juni 2015

Printer-friendly versionSend to friend

Beste Vrienden van Sagalassos,

Het is weer zover. Sinds een week zitten we op onze vertrouwde berg in Turkije, en zal ik jullie geregeld op de hoogte brengen van nieuwe bevindingen en ontdekkingen, groot of klein. Verschillende Vrienden die een moeilijke periode doormaken, onder meer door ziekte, hebben laten weten dat deze berichten helpen om even de gedachten te verzetten. In tijden waarin algehele drukte ons om de oren slaat kan ik alleen maar hopen dat nieuws uit Sagalassos een beetje deugd mag doen voor iedereen.

De ploeg zal drie maanden ter plaatse zijn, waarbij het accent geleidelijk zal verschuiven van opgravingen naar de studie van het materiaal, alsook conservatie en anastylose van objecten en monumenten. Een reeks van experten zal ons gaandeweg verblijden met hun specifieke interdisciplinaire inzichten, niet in het minst in hoe we een plek vol archeologie op een zinvolle wijze in duurzaam erfgoed kunnen omzetten.

De opgravingen van dit jaar zijn opgevat rond bepaalde thema’s. Eén van onze hoofdvragen betreft de origine van de stad Sagalassos, en dit bericht gaat over hoe we dit onderzoek plannen. We willen niet alleen vaststellen wanneer er voor het eerst een gemeenschap zich kwam vestigen op deze plaats, maar ook wanneer en hoe die zich geleidelijk omvormde tot een stedelijke bevolking. Het oudste materiaal dat we tot nu toe kennen dateert vanaf de tweede helft van de vijfde eeuw voor Chr. Dit betreft aardewerk gevonden aan de oppervlakte tijdens prospecties in het westelijke deel van de stad, in een verstoorde context onder de plaveien van de Bovenste Agora en in stratigrafisch verband achter een terrasmuur in het oostelijke deel van de stad. Op zich gaat dit over niet zo veel materiaal dat bij gebrek aan parallellen bovendien heel moeilijk te dateren is. Archeologen doen het graag voorzichtig. Wat we hier voorlopig uit leren is dat er aan landbouw werd gedaan op terrassen in het oosten van de stad, en dat het materiaal redelijk verspreid is over het gebied van het latere Sagalassos, waardoor er sprake kan zijn van een, weliswaar kleine, gemeenschap. De inwoners van Sagalassos hadden ook buren, in de nabije nederzetting van Düzen Tepe, waar Marc Waelkens verschillende jaren heeft gegraven, en in de Ağlasun-vallei, waar aan de oppervlakte enkele boerderijen werden geïdentificeerd. Ons grootste probleem met het oorspronkelijke Sagalassos is dat we de aard van de toenmalige bewoning niet kennen, daardoor niet gericht kunnen graven en dus eerder afhankelijk zijn van toevallige ontdekkingen. Jullie hopen met ons mee.

Het verwerven van stedelijke allures in Sagalassos kunnen we dan weer beter documenteren, omdat dit onder meer gepaard ging met het oprichten van openbare gebouwen of structuren, ten dienste van de gemeenschap. Zo zullen we verder onderzoeken wanneer de Bovenste Agora werd aangelegd als centraal plein en hoe dit er oorspronkelijk uit zag. Vorig jaar werd het westelijke en noordelijke deel van de agora onderzocht. Dit jaar komt het zuidelijke en oostelijke deel aan bod. Voorlopig hebben we kunnen vaststellen dat de oorspronkelijke agora kleiner was in omvang, terug ging in tijd tot de eerste helft van de tweede eeuw voor Chr. en niet geplaveid was. In de nieuwe opgravingen zullen we bijvoorbeeld een aantal eremonumenten opgraven, die ontmanteld zijn geweest wanneer het huidige plein werd aangelegd in het begin van de eerste eeuw na Chr., om zo meer te weten te komen over de ontwikkelingsgeschiedenis van dit belangrijke plein in de stad.

Ten oosten van de Bovenste Agora ligt echter nog een plein. Dit werd in de vroegste jaren van het project, wanneer de resten van de stad nog niet werden opgegraven en enkel onderzocht aan de oppervlakte, als Gymnasium geïdentificeerd, zijnde een school waar ook sporten werden bedreven. Gymnasia zijn een traditionele instelling van een klassieke stad. De eenvoudige Dorische architectuur van de portieken die het centrale plein van het veronderstelde Gymnasium omgeven, doen vermoeden dat het hier om een school kan gaan die dateert van voor de Romeinse Keizertijd, vanaf wanneer gebouwen meer pompeus werden uitgewerkt. Redelijk wat bouwblokken van dit monument liggen nog aan de oppervlakte, maar niet meer in een nette schikking, zodat we alles zeer aandachtig zullen registreren om zo ook het eventuele gebruik van het gebouw in de late oudheid of zelfs de middeleeuwen vast te stellen. Naast de datering van de verschillende bouwfasen dienen we hier dus ook de mogelijke functies vast te stellen. De opgravingen worden begin volgende maand ondersteund door geofysisch onderzoek om de contouren van het hele gebouw te achterhalen.

Een ander belangrijk monument dat de verstedelijking van Sagalassos symboliseert is het Bouleuterion of het senaatsgebouw van de stad, waar het politieke reilen en zeilen van het lokale bestuur beslecht werd. Een plek waar we graag Louis Tobback en Bart De Wever in debat zouden zien gaan, bijvoorbeeld over de rol van het verleden in huidige stadsontwikkeling. Misschien bellen ze wel… Deze zomer zullen we de goed bewaarde plaveien van de vloer van het gebouw op verschillende plaatsen lichten, om zo de bouwgeschiedenis van het Bouleuterion stratigrafisch te documenteren. We kijken met spanning uit hoe ver in de tijd we het lokale politieke bestel kunnen terug voeren.

Een laatste manier waarmee we de ontwikkeling van het stadsweefsel willen vastleggen is het onderzoek naar de versterkingen van de stad. Zeker in de Hellenistische periode bouwden steden die zichzelf respecteerden (en zich meestal ook dienden te verdedigen) een stevige ringmuur. Met geofysisch, topografisch en archeologisch onderzoek aan de oppervlakte zullen we het circuit van de verschillende verdedigingssystemen die Sagalassos gekend heeft doorheen de tijd beter proberen te begrijpen. Twee delen, waarvan de bouwstijl een Hellenistische datering doet vermoeden, zullen we ook opgraven om dateringen te bekomen en de aard van de bouwstijl in meer detail te begrijpen.

Met dit programma van opgravingen hopen we dus de origine en ontwikkeling van het openbare leven in de vroege stad, en de educatieve, politieke en militaire aspecten ervan bloot te leggen. We zijn er ons terdege van bewust dat Alexander de Grote over onze schouders mee kijkt. De historische overlevering wil immers dat hij Sagalassos veroverd heeft in 333 voor Chr. na een hevig gevecht, en dat zijn biograaf Sagalassos typeerde als een “niet kleine stad”.

Resultaten en andere thema’s van de opgravingen komen in volgende berichten aan bod. Beloofd.

Vriendelijke groeten,
Jeroen Poblome