Het geld van Sagalassos, 28 juli 2015

Printer-friendly versionSend to friend

Dag Vrienden van Sagalassos,

De werkzaamheden zijn hervat na het Suikerfeest. De anastylose-ploeg concentreert zich verder op de Bovenste Agora. Het fundament van de metershoge erezuil in de zuidoostelijke hoek van het plein, de vierde en laatste die we wensen herop te richten, bleek sterk aangetast door de tand des tijds en vraagt dus aandacht en tijd. Hetzelfde geldt voor de fundamenten van de Boog van Claudius, die de zuidoostelijke toegang tot de agora overspande. Ondertussen is een tweede conservatie-ploeg opgestart die specifiek in de Romeinse Thermen zal werken, waar we helaas heel veel schade van afgelopen winter te herstellen hebben. En de opgravingen? Wel, die lopen door. Voor een diepte van 3 tot 4 meter draaien we ons hand niet meer om in Sagalassos, maar op bepaalde werven zitten we nu al meer dan 6 meter diep. De resultaten zullen er heus wel zijn, maar laten dus wat langer op zich wachten. Ondertussen belichten we graag een ander aspect van het veelkoppige onderzoek van het Sagalassosproject.

Eén van de vondstcategorieën uit Sagalassos die in detail bestudeerd wordt, zijn de munten. De identificatie en studie van dit materiaal gebeurt sinds 2012 door Fran Stroobants, die dit bericht voorbereidde, en Johan van Heesch, beide verbonden aan het Penningkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België. Munten kunnen van groot belang zijn voor de interpretatie van opgegraven structuren en contexten, aangezien ze vaak goed te dateren zijn en als dusdanig waardevolle chronologische informatie kunnen leveren. Daarenboven stellen de opgravingsmunten ons in staat de geldgeschiedenis van Sagalassos en omgeving te reconstrueren, en na te gaan welke rol munten speelden in het dagelijkse leven van de inwoners van de stad.

Tijdens de verschillende campagnes van 1990 tot 2014 werden meer dan 4.200 munten opgegraven, verspreid over de site. De munten bestrijken de gehele occupatiegeschiedenis van de stad, en zijn te dateren van de Hellenistische periode, met de oudste munten uit de vierde eeuw v.Chr., tot de Byzantijnse periode (11e – 12e eeuw). Zoals algemeen het geval is in Oost-Romeinse steden, behoren de meeste vondstmunten toe aan de laat-Romeinse periode. Meer dan de helft van de teruggevonden munten zijn te dateren in de vierde en vijfde eeuw n.Chr. Het gaat hierbij om kleine bronsmuntjes met een lage koopwaarde, die door de inwoners van Sagalassos voor dagdagelijkse aankopen gebruikt werden.

Een andere belangrijke groep van vondstmunten bestaat uit exemplaren die geslagen zijn in naam van de stad Sagalassos zelf. Net zoals vele andere steden in het Grieks-Romeinse Oosten, kende Sagalassos een eigen muntproductie tijdens de Hellenistische en Romeinse periode, vanaf het einde van de derde eeuw v.Chr. tot de regering van keizer Claudius II Gothicus (268-270 n.Chr.). Deze munten circuleerden naast “officiële” koninklijke en keizerlijke exemplaren, en werden gebruikt als kleingeld op de lokale markt. De studie van dit lokale geld kan ons op tal van vlakken iets bijleren over de geschiedenis van Sagalassos. Zo kunnen pieken en dalen in het productievolume vaak gelinkt worden aan historische, economische of regionale factoren, en tonen de afbeeldingen op de munten wat voor de inwoners van de stad belangrijk was.
Tijdens de Romeinse periode tonen de stadsmunten traditioneel het portret en de titel van de Romeinse keizer of een keizerlijk familielid op de voorzijde. De keerzijde kent daarentegen een erg diverse iconografie, steevast vergezeld van de Griekse legende “CAΓAΛACCEΩN”, wat “van de inwoners van Sagalassos” betekent. In het merendeel van de gevallen vertoont de keerzijde een afbeelding van een godheid of mythologische figuur met een belangrijke rol binnen het lokale pantheon. Zo kenden bijvoorbeeld de Olympische goden Zeus, Apollo en Hermes een grote populariteit, naast de regionale god Mên en de held-strijder Lacedaemon. De munten konden echter ook gebruikt worden om een soort diplomatieke boodschap uit te dragen. Tijdens de tweede helft van de derde eeuw worden verwijzingen naar de Romeinse overheid bijvoorbeeld steeds populairder, wat goed aansluit bij de nauwere band die op dat moment tussen het Keizerrijk en de stad Sagalassos ontstaat.

Toch zijn niet alle lokale munten van Sagalassos even eenduidig. Naast de munten met keizersportret, circuleerden een grote groep van zogenaamde ‘anonieme’ bronsmunten. Deze munten worden over het algemeen gekenmerkt door het portret van een godheid op de voorzijde en eveneens een rijke iconografie op de keerzijde. Ook hier wordt de naam van de stad vermeld, zij het vaak in afgekorte vorm. Dat de munten kunnen toegeschreven worden aan Sagalassos is bijgevolg zeker, maar de chronologie ligt in de meeste gevallen minder voor de hand. De bekendste groep van deze ‘anonieme’ bronsmunten, dragen het portret van Zeus op de voorzijde en twee vechtende bokjes op de keerzijde. Een gelijkaardige iconografie is enkel gekend voor bronsmunten uit het Griekse Amphipolis, te dateren tussen de 2e eeuw v.Chr. en de regering van Augustus. Het afbeelden van dit enigszins zeldzaam type kan mogelijk geïnterpreteerd worden als een allusie naar een ‘Macedonisch’ verleden, en zou kunnen aansluiten bij het voorkomen van ‘Macedonische’ schilden op graf- en andere monumenten te Sagalassos. Hoewel deze Zeus/bokjes munten in grote aantallen werden geproduceerd en talrijk in de opgravingen worden teruggevonden, was hun chronologie tot voor kort onzeker. Een gedetailleerde studie van de stijl, epigrafie (bv. lettervorm), metrologie (afmetingen en gewicht) en opgravingscontexten, laten echter toe om deze te dateren in de regering van Amyntas (36-25 v.Chr.), net voor de regering van Augustus.

Andere types anonieme bronsmunten kunnen met zekerheid aan de Romeinse keizertijd toegeschreven worden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor een reeks munten met het portret van Hermes op de voorzijde, en respectievelijk de afbeelding van een beer, een leeuw, Mên en Nike op de keerzijde. De iconografie en metrologie van deze types sluit zo nauw aan bij enkele andere stedelijke munten uit Sagalassos, met keizersportret en te dateren in de eerste helft van de derde eeuw n.Chr., dat ze bijna zeker gelijktijdig zijn.

De studie van alle opgegraven munten, in vergelijking met munten uit Sagalassos die in verschillende Europese muntverzamelingen bewaard worden, werpt dus niet alleen een direct licht op het economische leven in de stad, maar toont ook andere verwezenlijkingen en aspiraties van de stad die niet zo maar bewaard blijven in de rijke ondergrond van Sagalassos.

Tot volgende week,
Jeroen Poblome