Nieuws uit Sagalassos, 19 augustus 2015

Printer-friendly versionSend to friend

Beste vrienden van Sagalassos,

De afgelopen dagen staan de hemelsluizen geregeld open boven Sagalassos. Helemaal niet het weer dat we hier in augustus gewoon zijn. Jammer genoeg bemoeilijken de fikse regen- en hagelbuien het opleveren van de opgravingen en de voortgang van de conservatie- en anastylosewerkzaamheden, waardoor het dagelijks schuiven is met de planning. De flexibiliteit van de medewerkers en Turkse arbeiders wordt voortdurend getest, maar de ploeg is super dus we slaan er ons wel door. Hoewel ik jullie deze week graag een eerste rapport uit de opgravingen had gebracht, gaan we wegens omstandigheden toch nog even de andere toer op. Het bericht van deze week is geheel gebaseerd op de nieuwsgierigheid van twee van onze deelnemende studenten, Marjolein van de Waa en Dave Geerts. Beiden zijn afstuderend en hebben zich bekwaamd in de prehistorie, mede dankzij de rijke onderzoekstraditie en collecties in het vermaarde Leuvense Laboratorium voor Prehistorie.

Een vaak gestelde vraag aan onze gidsen betreft de eerste bewoners van Sagalassos: vanaf wanneer kenden de Ağlasun vallei en omringende bergen menselijke voetstappen? Wie waren de mensen die voor de allereerste keer het omringende landschap van Sagalassos gebruikten om te voorzien in hun bestaan? Tot nu toe gingen we er van uit dat de oudste objecten in de omgeving van Sagalassos getuigen van menselijke aanwezigheid van zo’n 12.000 jaar geleden. Dit is de periode die de overgang vormt van het paleolithicum (de oude steentijd) naar het meso- en vervolgens neolithicum (de midden en nieuwe steentijd). Jager-verzamelaars trokken ten tijde van dit epi-paleolithicum door de Ağlasun vallei, waar meer dan voldoende water, wild en grondstoffen aanwezig waren, terwijl rotsholtes en grotten hoog in de bergwanden beschutting boden.

Wie had kunnen vermoeden dat in de depots van het opgravingshuis schatten uit de steentijd lagen opgeslagen die getuigen van een nog veel vroegere menselijke aanwezigheid? De afgelopen week was een bijzonder boeiende voor de prehistorie van Sagalassos. Marjolein en Dave konden het niet laten om tussen de bedrijven door even te willen kijken naar onze kleine collectie prehistorische artefacten. Groot was onze verbazing dat zij voor het eerst midden-paleolithische artefacten hebben kunnen identificeren. Het midden-paleolithicum loopt van ongeveer 300.000 tot 40.0000 jaar geleden, en met deze datering vormen deze werktuigen de oudste artefacten ooit die zijn gevonden in Sagalassos en omgeving!

Lithisch materiaal (stenen werktuigen) is een zeldzame materiaalcategorie in Sagalassos, maar in de laatste tien jaar zijn er genoeg objecten gevonden en herkend als menselijke werktuigen om vier vondstkisten te vullen. Hierin werden maar liefst vijf artefacten aangetroffen die met zekerheid vervaardigd zijn met behulp van de zogeheten Levallois-techniek, een vuursteenbewerking die typerend is voor het midden-paleolithicum. Enkele van deze artefacten werden verder bewerkt tot echte werktuigen. Zo is er ondermeer een duidelijk voorbeeld van een Mousteriaan-spits en van een dwarsschrabber in onze collectie aanwezig. Een andere typische categorie voor het midden-paleolithicum zijn de tweezijdig of bifaciaal bewerkte werktuigen. Ook zo'n werktuig, een half afgewerkt bifaciaal stuk, is uit de houten dozen naar boven gehaald en geïdentificeerd.

Hoewel er in de prehistorisch archeologie nog hevige debatten woeden over de exacte functies van verscheidene midden-paleolithische werktuigen is er toch enige consensus over het gebruik van de Mousteriaan- en Levallois-spitsen. Deze werden aangebracht op een houten schacht om zo een werp- of steekspeer te maken. Met die speren joegen de jager-verzamelaars voornamelijk op grote zoogdieren. Zo werd er in het mediterrane gebied ondermeer gejaagd op ibexen, damherten, edelherten en oerrunderen.

In Turkije zijn behoorlijk veel lacunes in de kennis over het paleolithicum: dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat er nog niet veel systematisch archeologisch onderzoek naar deze periode is ondernomen. Sites en materiaalconcentraties zijn gerapporteerd in de gebieden rond Istanbul en de Bosporus-Marmaris regio, aan de zuid-mediterraanse kust bij Antalya, aan de kust in de Hatay regio bij de grens met Syrië en in de Eufraat en Tigris rivierbekkens in zuidoost-Anatolië. In het Taurusgebergte zijn midden-paleolithische artefacten zelfs tot op een hoogte van 2000 m aangetroffen; nog een pak hoger dan ons Sagalassos. Het ‘gebrek’ aan sites in het uiterste oosten en noordoosten van Anatolië heeft te maken met het feit dat hier nog niet eerder systematisch paleolithisch onderzoek heeft plaatsgevonden.

De meest bekende en zeker de best onderzochte paleolithische afzettingen van in totaal wel 10 m dik bevinden zich in de Karaïn Grot, op een ‘steenworp’ (88 km ten zuiden) van Sagalassos. Onder leiding van prof. Kökten is hier een grote hoeveelheid midden-paleolithisch materiaal gevonden dat technologisch geklasseerd wordt als “Mousteriaan”. Dit Mousteriaan bestaat in verschillende varianten op plekken over heel Europa en voor een stuk ook in de Levant, en heeft gedurende zeer lange tijd bestaan (de volle 260.000 jaar van het midden-paleolithicum). Over het algemeen wordt aangenomen dat Neanderthalers de makers waren van dit soort werktuigen.
In de Karaïn Grot is ook het enige archaïsche hominine fossiel van heel Turkije aangetroffen. Hoewel het nog niet uitgebreid paleo-antropologisch is bestudeerd, schijnt dit fossiel (bestaande uit een klein aantal schedeldakfragmenten) neanderthaler-achtige trekken te hebben. Waarschijnlijk werd de hoofdkamer van de grot al tijdens het oud-paleolithicum bewoond door homininen. Werktuigen werden vlak voor de ingang van de grot geproduceerd en lokale grondstof was overvloedig aanwezig in het omringende colluvium en de alluviale terrassen. Interessant genoeg lijkt de Levallois-techniek voornamelijk te zijn uitgevoerd op uitheems materiaal.

Het beperkte assemblage van vondsten uit Sagalassos toont typologisch en technologisch overeenkomsten met de Karaïn Grot. Het Mousteriaan uit Karaïn wordt voornamelijk gekenmerkt door een hoge frequentie aan sterk geretoucheerde werktuigen, zoals Mousteriaan-spitsen, convergente schrabbers en boordschrabbers. Een ander typisch kenmerk uit Karaïn zijn de kleine bifaciaal of tweezijdig bewerkte spitsen. Om de afslagen (waar nadien de werktuigen van vervaardigd werden) te bekomen, gebruikten de prehistorische steenbewerkers zowel de Levallois- als discoïdale techniek. In het materiaal van Sagalassos zijn zowel een Mousteriaan-spits, een Levallois-spits, een half afgewerkt klein bifaciaal stuk, een sterk geretoucheerde dwarsschrabber, Levallois-afslagen en een discoïdale kern herkend. Op basis van deze kleine steekproef kan voorzichtig de hypothese geponeerd worden dat het midden-paleolithicum van Sagalassos zich aansluit bij het Mousteriaan van Karaïn, wat zich ruwweg situeert tussen 60.000 tot 130.000 jaar geleden.

Hopelijk zullen deze eerste bevindingen betreffende het midden-paleolithicum in Sagalassos aanleiding geven tot grootschaliger prehistorisch onderzoek in de regio. Het is fascinerend om te denken dat het prachtige berglandschap rondom Ağlasun reeds tienduizenden en misschien wel honderdduizenden jaren geleden bewoond werd. Zelfs al is en blijft het antieke Sagalassos onze hoofdopdracht, als archeoloog is het ook onze taak om de oudste occupatiegeschiedenis van de regio te bestuderen en een gezicht te geven aan de al lang vervlogen jager-verzamelaars gemeenschappen die hun weinige sporen hebben nagelaten in het toenmalige landschap en milieu.

Jeroen Poblome