De Sagalassos zomercampagne 2015 zit erop! 11 september 2015

Printer-friendly versionSend to friend

Beste Vrienden van Sagalassos,

Onze Sagalassos 2015 zomercampagne is ondertussen al weer achter de rug. Wat kunnen drie maand toch voorbij vliegen… De laatste tijd zijn de berichten wat achter gebleven. Dat heeft alles te maken met de klassieke eindsprint waarbij elk lid van de ploeg nog net iets meer gedaan wil krijgen dan oorspronkelijk gepland. De weersomstandigheden bleven ook een zeer wisselende planning opleggen.

Het ogenblik is aangebroken om een eerste wetenschappelijke balans op te maken. Jullie herinneren zich ongetwijfeld uit het eerste bericht van deze campagne dat we in 2015 voornamelijk rond het thema van de origine van de stad wilden werken.

Wat het prille begin van Sagalassos aangaat, hebben de opgravingen geen nieuwe gegevens opgeleverd. Dat hadden we op zich ook niet verwacht. We zijn daarom gestart met de evaluatie van het materiaal dat zich in onze depots bevindt en hebben een overkoepelende typologie van het laat Klassieke en vroege Hellenistische materiaal opgesteld. Vanaf de volgende studiecampagne zal dit kader toelaten alle vondsten op een uniforme manier in te delen en dit om betere spreidingskaarten in tijd en ruimte mogelijk te maken. Dit klinkt als een saai werk, en dat is het ook wel een beetje, maar in archeologie is het belangrijk de basisgegevens grondig te kennen. Alleen daarop kunnen verdere interpretaties gebouwd worden. Ook voor de keramiek van de Hellenistische periode hebben we hetzelfde huiswerk gemaakt.

Voor die Hellenistische periode hebben de opgravingen wel degelijk heel veel nieuwe gegevens opgeleverd. De contouren van de Hellenistische Bovenste Agora zijn nu duidelijk afgelijnd. De aanleg van dit eenvoudige plein is wat opgeschoven in tijd en gaat al terug tot rond 200 voor Chr. Hoewel het slechts om een open plaats in aangestampte grond gaat, is de symboolwaarde van dit eerste openbare plein voor de toenmalige gemeenschap van Sagalassos niet te onderschatten. Hier kreeg hun bestuur vorm omdat rang en stand zich in verschillende instellingen en ambten begon te organiseren, op en rond het plein. Het aanleggen van de agora zal indertijd inspanningen gevergd hebben. Er waren niet alleen meerdere diepe, oudere kleiputten te vullen, maar ook aan de zuidoostelijke kant van het plein werden aanzienlijke terraswerken uitgevoerd. Daardoor zijn de opgravingen in verschillende sleuven zo’n vier meter diep moeten gaan om de moederbodem te bereiken. Pas als die bereikt is, kunnen we zeker zijn dat er geen oudere fase meer begraven ligt. Dat de planning daardoor overhoop lag, namen we er voor lief bij.

Het kon deze zomer nog dieper dan vier meter. Geheel onverwacht hebben we langs de oostzijde van de agora een zogeheten Marktgebouw ontdekt. Dit is een typische Hellenistische structuur, waarbij op de onderste verdieping een reeks afgeschermde en dus koele kamers werden ingericht om voorraden te bewaren, en er boven meestal een deels open verdieping werd gebouwd, afgeboord met zuilen, waar zaken geregeld konden worden. Dit type gebouw was vrij populair in Hellenistisch Klein-Azië, en al zeker in de bergstreken, omdat het vaak een elegante oplossing bood om lokale hoogteverschillen weg te werken. Hoewel in ons geval de bovenste verdieping langs de kant van de agora niet bewaard is gebleven, kwam die qua niveau waarschijnlijk min of meer uit op het plein. De onderste verdieping aan deze zijde van het gebouw bevatte dus kelderruimtes. Het Marktgebouw was echter tegen een helling (of de wand van een kleiput) aangebouwd, waardoor de bovenste zuilengaanderij aan de façade wég van de agora hoog boven het terrein uit torende en van heinde en ver zichtbaar moet geweest zijn. Zo vormde het Marktgebouw een imposante structuur, als een bekroning op de helling, die het belang van de agora verder in de verf zette. Het Marktgebouw meet ongeveer 15x40m, en we hebben er kleine delen van kunnen blootleggen aan de zuid-, west- en oostzijde. Op die laatste kant stond de façade van de onderste verdieping nog meer dan zes meter hoog (en onze opgraving ging dus even diep), en is die bewaard van het fundament tot aan de basis waarop de zuilen van de bovenste verdieping stonden. Die zuilen en delen van het hoofdgestel van de bovenste verdieping waren weliswaar op de grond gevallen na een aardbeving, maar zijn op bepaalde plaatsen danig goed bewaard dat we in de komende jaren kunnen overwegen delen ervan terug te plaatsen, om zo het grootste gebouw van Hellenistisch Sagalassos weer een beetje tot leven te wekken.

Het optrekken van het Markgebouw ging hand in hand met de politieke organisatie van de stad, omdat de voorraden in het gebouw vaak ten dele belastingsopbrengsten voor de stad betroffen. Dit is ook de periode waarin Sagalassos haar territorium begon te consolideren. Het Marktgebouw drukte zo niet alleen een stempel op het uitzicht van de toenmalige stad Sagalassos, maar symboliseerde ook het toebehoren van het grondgebied waar de belastingen konden geïnd worden.

Het Marktgebouw en omgeving hebben in de loop der eeuwen redelijk wat veranderingen ondergaan, die we zeker nog niet genoeg in detail begrijpen. Zo blijkt het plein ten oosten van de agora (en dus ook het Marktgebouw) waarin we graag een Hellenistisch Gymnasium hadden gezien, pas aangelegd geweest te zijn in het begin van de Romeinse keizertijd. Of dit nu een Gymnasium was, kunnen we niet uitmaken. Wel is het zo dat de aanleg ervan het resultaat was van een gigantische inspanning, waarbij meters dikke pakketten grond werden gedumpt, waarachter de façade van het Hellenistische Marktgebouw verdween. Men had duidelijk de bedoeling dit plein ongeveer op het niveau van de nieuwe, uitgebreide en geplaveide agora aan te leggen, waarbij voornamelijk de agora de nieuwe blikvanger werd en niet langer het Marktgebouw.

In die vroege Romeinse keizertijd werd immers niet alleen het plein flink opgewaardeerd, maar verschenen er ook tal van eremonumenten op en rond de agora voor belangrijke eigen burgers, bepaalde Romeinse gouverneurs en later zelfs van keizers. De meest zichtbare nieuwbouw werd echter op de helling onmiddellijk ten westen van de Bovenste Agora opgetrokken: het Bouleuterion. Er zijn in dit gebouw opgravingen gestart om er de vermoede Hellenistische stadsraad te documenteren. Onze verrassing was groot toen bleek dat deze structuur feitelijk maar terug te dateren is tot de eerste decennia van onze jaartelling. Hier geen Hellenistisch dus, maar een nieuw hoofdstuk van de Romeinse stad.

En voor al wie dacht dat zes meter onder de grond graven om de oostelijke façade van het Marktgebouw vrij te leggen, welletjes was in archeologen-land, die heeft buiten de geplande studie van de versterkingen van Sagalassos gerekend. De sleuf, aangelegd om een vermoed stuk Hellenistische fortificatie te documenteren in het westelijke deel van de stad, is nog een aantal spadesteken dieper moeten gaan om de fundamenten en de moederbodem te bereiken. Uit alle opgegraven lagen blijkt dat het oprichten, het onderhouden en het herinrichten van deze militaire structuur eerder een complex verhaal is. Jawel, in oorsprong spreken we voor dit deel van stadsmuur over de tweede helft van de tweede eeuw voor Chr., en dus nog Hellenistisch, maar de muur werd in volle pax romana goed onderhouden, en aangepast in de laat-Romeinse, de vroeg-Byzantijnse, de zogeheten Byzantijnse Duistere Eeuwen en ook nog eens in de midden-Byzantijnse periode, na de tiende eeuw na Chr. Hier hebben we wel degelijk de verwachte spiegel van sleutelmomenten in de organisatie van de gemeenschap van Sagalassos vast; alleen hadden we niet verwacht zo diep te moeten gaan om veel meer geschiedenis op te graven dan op voorhand verwacht.

We hebben tijdens de zomer van 2015 heel hard gewerkt, veel gelachen en zeer goed gegeten, maar bovenal hebben we wederom mogen ervaren hoe de ondergrond van Sagalassos voor onverwachte vondsten blijft zorgen, die keer op keer het enorme onderzoekspotentieel van deze oude stad blijven bevestigen.

In een volgend en laatste bericht zal ik jullie het wedervaren van de conservatie, restauratie en anastylose-ploegen voorstellen.

Tot binnenkort,
Jeroen Poblome